De draak en de schat
- fatimaasabbane04
- 1 mei
- 4 minuten om te lezen
Waarom jouw overlevingsdelen precies bewaken wat jij zoekt

Soms is er die leegte. Een gevoel dat moeilijk te plaatsen is.
Alsof er iets ontbreek, maar je niet kan benoemen wat.
Misschien komt het als een plots gevoel van angst.
Of een paniekaanval die je niet begrijpt.
Of een diep zoeken naar iets wat je zou kunnen vervullen, zonder dat je weet waar je moet beginnen.
Vanuit een systemische en sjamanistische blik kijken we anders naar deze ervaring.
Niet als iets wat “mis” is met jou.
Maar als een signaal.
Een fluistering van je ziel.
In onze westerse wereld zijn we het niet gewend om te vertrekken vanuit die ziel.
We leren al vroeg om ons te identificeren met ons denken.
Met ons vermogen om te analyseren, te begrijpen, te presteren.
Hoe beter je je hoofd gebruikt, hoe meer erkenning je krijgt.
En daar is op zich niets mis mee.
Maar ergens onderweg zijn we het voelen kwijtgeraakt.
Het diepe, intuïtieve weten.
De verbinding met dat stille, zachte deel in ons dat niet denkt maar weet.
Als kind zijn we nog sterk verbonden met die essentie.
Met onze ziel.
Je ziet het in de puurheid van een baby.
in de openheid van een jong kind.
Maar het leven raakt ons. En ieder van ons draagt zijn eigen blauwe plekken.
Soms zichtbaar. Vaak diep vanbinnen.
Zelfs in liefdevolle gezinnen ontstaan momenten waarop een kind niet volledig gezien of gevoeld wordt.
Niet uit onwil.
Maar omdat ook ouders hun eigen lasten dragen.
En een kind die voelt alles, ook als het niet wordt uitgesproken.
Wanneer het aanvoelt dat er iets niet klopt, dat mama of papa er niet helemaal kan zijn ontstaat er een diepe, onbewuste beweging:
“Ik pas mij aan.”
“Ik word flink.”
“Ik zorg dat het goed gaat.”
En die beweging heeft een prijs.
Vanuit sjamanistisch perspectief zou je kunnen zeggen dat een deel van de ziel zich terugtrekt. Niet omdat het weg wil. Maar omdat het te pijnlijk is om volledig aanwezig te blijven.
Zo ontstaan afgesplitste zieldelen.
En hoe meer onveiligheid een kind ervaart, hoe meer delen zich beschermen door zich terug te trekken.
Tegelijk ontstaan er beschermers.
Overlevingsmechanismen.
Delen in jou die waken.
Die controleren.
Die vermijden.
Die sterk zijn.
Niet tegen jou, maar vóór jou.
Zelfs angst, is in wezen een vorm van bescherming.
Wat ik steeds dieper ben gaan zien, in mijn eigen proces en in het werk met anderen, is dat in die beschermingsdelen ook iets kostbaars ligt.
Er zit kracht in.
Wijsheid.
Levensenergie.
Alsof ze de wachters zijn van een innerlijk kasteel.
En achter die poort, ligt iets waardevols verscholen.
Niet iets wat kapot is.
Maar iets wat wacht.
Wacht om opnieuw gezien te worden.
Je hoeft je beschermingsmechanismen dus niet te bestrijden.
Niet te controleren.
Niet weg te duwen.
Ze zijn als een draak voor de poort.
Niet om jou tegen te houden, maar om iets kostbaars te bewaken.
En wanneer je met zachtheid leert kijken, wanneer je bereid bent om aanwezig te blijven,
kan er iets verschuiven.
Dan wordt de draak geen vijand meer.
Maar een bondgenoot.
Je begint te voelen dat je nooit echt gebroken bent geweest.
Dat je ziel er altijd is gebleven.
Misschien stil.
Misschien op de achtergrond.
Maar nooit weg.
Systemisch gezien neem je dan je plek weer in.
Je stopt met zoeken buiten jezelf.
Je stopt met verwachten dat anderen jou nog iets moeten geven wat ze niet konden geven.
En je keert terug naar binnen.
Met nieuwe vragen:
Waarom ben ik hier?
Wat wil mijn ziel ervaren?
Wat nodigt mijn leven mij uit om te ontwikkelen?
Dat is geen gemakkelijke weg. Maar wel een eerlijke.
En misschien, wanneer je veel alleen hebt moeten dragen ,betekent dat ook dat je ziel gekozen heeft voor een diepere beweging.
Niet als straf. Maar als uitnodiging.
Om te herinneren.
Want er komt een moment waarop je voelt:
ik ben mezelf niet kwijt.
Ik ben alleen vergeten wie ik was.
En wanneer je de moed hebt om je beschermers te ontmoeten, om ze te erkennen en te bedanken,
dan openen ze de poort.
En geven ze stukje bij beetje terug wat ze zo lang voor jou hebben bewaard.
De kracht.
De zachtheid.
De levendigheid.
En zo ontstaat er iets nieuws.
Of misschien beter gezegd: iets ouds dat terug tot leven komt.
Je leert opnieuw zijn.
In verbinding met jezelf.
Met je vrouwelijke en mannelijke energie, niet langer uit balans, maar in een natuurlijke beweging met elkaar.
Alsof er in jou een innerlijk huwelijk ontstaat.
En van daaruit voel je je opnieuw verbonden.
Met jezelf.
Met je lijn.
Met iets groters.
En ook al zie je nu hoeveel je ooit bent kwijtgeraakt, je kan daar met zachtheid naar kijken.
Omdat je begrijpt:
dit was deel van je weg.
En misschien voelt het soms alsof je jezelf opnieuw geboren laat worden.
Zachter.
Wijzer.
Meer thuis.
Fatima, Systemische & Sjamanistische healer



Opmerkingen